Vier bars en 3 000 m² openluchtterras, midden in het festival. Belgische ambachtelijke bieren, cocktails, mocktails en verse sappen: iets bij je bord, of gewoon om even te blijven zitten.
Eten is maar de helft van het festival. De andere helft speelt zich af aan de toog, met een glas in de hand, terwijl je vrienden verderop nog aanschuiven.
Vier bars liggen verspreid over het terrein, alle drie de dagen, met het grote openluchtterras als verzamelpunt. Belgische ambachtelijke bieren, wijnen, bubbels en cocktails: iets bij zowat elk bord van het festival, van Mexicaans tot Japans.
Wie geen alcohol drinkt, wordt niet naar het flesje water verwezen. Mocktails en huisgeperste sappen krijgen evenveel zorg als de rest van de kaart — dat is een criterium, geen beleefdheid.
En je moet niets te eten bestellen. Je mag komen zitten, iets drinken, naar het rumoer luisteren en weer vertrekken.
Twee van de vier bars zijn in handen van Move & Drink, een Belgisch team dat van de mobiele bar zijn vak heeft gemaakt: tiny house, VW T3-bus, caravan, aanhangwagen. Elk arriveert volledig uitgerust, met eigen barmannen.
Wat ons overtuigde, is hoe ze een kaart samenstellen. Belgische producten eerst: ambachtelijke bieren, gins van distilleerderijen van hier, cocktails op basis van in België gestookte alcohol. Dezelfde reflex als de onze, toegepast op het glas.